ZZP & administratie · Btw
Opgaaf ICP bij diensten aan EU-klanten
Lever je een gewone intracommunautaire dienst aan een ondernemer in een ander EU-land, dan doe je naast je btw-aangifte een opgaaf ICP. Gebruik het tijdvak waarin je de dienst hebt geleverd, niet automatisch de factuurdatum of betaaldatum. Tel de bedragen per btw-identificatienummer van de klant op en controleer of het totaal aansluit op rubriek 3b van je btw-aangifte over dezelfde periode. Voor diensten kun je per maand of kwartaal opgeven; jaarlijks kan alleen met toestemming. De opgaaf moet binnen één maand na het gekozen tijdvak binnen zijn. Niet elke buitenlandse opdracht hoort in de ICP: beoordeel eerst de soort dienst, de klant en eventuele uitzonderingen. Hieronder staan de voorbereiding, een eigen voorbeeld en de eindcontrole.
ICP is de klantenspecificatie naast je btw-aangifte. Selecteer de juiste diensten, gebruik de leveringsperiode en controleer zowel de bedragen als de ontvangst van beide formulieren.
Deze uitleg is voor een Nederlandse zzp'er die gewone zakelijke diensten met verlegde btw aan EU-klanten levert. Goederen, voorschotten, doorlopende contracten, een fiscale eenheid en toepassing van de KOR of EU-KOR vragen een afzonderlijke beoordeling. Gebruik het voorbeeld daarvoor niet zonder aanvullende controle.
Welke diensten horen wel en niet in de opgaaf ICP?
Bij veel diensten aan een zakelijke EU-klant is de btw naar die afnemer verlegd. Je factureert dan zonder Nederlandse btw, met ‘btw verlegd’, en geeft de prestatie ook op. Controleer eerst of die behandeling werkelijk past. Een buitenlands adres of de tekst op een oude factuur beslist dat niet. De algemene route staat in factureren aan een buitenlandse klant.
Voor onder meer diensten rond onroerend goed, toegang tot evenementen, personenvervoer, restaurant- en cateringdiensten en kortdurende verhuur van vervoermiddelen gelden afwijkende plaatsregels. Gebruik daarvoor eerst het officiële hulpmiddel voor diensten in en uit het buitenland of vraag advies. Een gewone advies- of ontwerpopdracht is niet hetzelfde als werk aan een gebouw.
Welk tijdvak gebruik je voor een geleverde dienst?
Bij intracommunautaire diensten is de leveringsperiode bepalend. Een factuur die je later maakt, schuift de dienst niet vanzelf naar het volgende kwartaal. Bewaar daarom naast de factuur ook informatie over wanneer het werk is geleverd, zoals de opdracht en een opleverbevestiging.
Voor diensten mag je kiezen voor een maand- of kwartaalopgaaf. Een jaaropgaaf vereist een vergunning. De omzetdrempel die bij goederen de keuze voor een kwartaal kan beperken, geldt niet voor diensten. Lever je ook goederen, dan kun je daarvoor een apart tijdvak gebruiken; voeg je beide soorten samen in één opgaaf, dan volg je de goederenregels.
Maak in je administratie een kolom ‘periode geleverd’ naast ‘factuurdatum’. Dat maakt een grensgeval zichtbaar voordat je een kwartaal afsluit. Bij werk dat over meerdere perioden doorloopt of een vooruitbetaling laat je de juiste toerekening eerst vaststellen.
Hoe controleer je het btw-id van je EU-klant?
Vraag het buitenlandse btw-identificatienummer op en controleer het in VIES, de EU-controle voor btw-nummers. Kijk waar beschikbaar ook naar de naam en het adres. Bewaar het resultaat bij het klantdossier en noteer op welke datum je hebt gecontroleerd. Neem bij een ongeldig nummer of afwijkende gegevens contact op met de klant, in plaats van zelf een nummer te raden.
Voor Duitse btw-id's toont deze controle geen naam of adres. Dat is dus niet automatisch een mislukte nummercontrole. Vraag de factuurgegevens apart op; de geldigheid van het nummer kun je wel controleren. Zie ook de btw-id-controle bij een Duitse klant.
Werkt de controle tijdelijk niet, dan kun je daaruit niet afleiden dat het nummer ongeldig is. De Belastingdienst adviseert opnieuw te proberen, eventueel zonder de optionele gegevens van de aanvrager. Leg een onopgelost verschil vast en laat het uitzoeken voordat je de definitieve opgaaf verstuurt.
Voorbeeld: hoe tel je diensten per klant op?
Stel: je hebt in het derde kwartaal van 2026 twee afzonderlijke ontwerpklussen van € 1.000 en € 250 geleverd aan Belgische klant A. Voor Duitse klant B heb je een gewone adviesopdracht van € 700 geleverd. Beide klanten hebben een gecontroleerd btw-id en voor alle drie de diensten geldt de gewone zakelijke verlegging. Er zijn geen goederen, voorschotten of correcties.
| Afnemer | Berekening | Totaal diensten |
|---|---|---|
| Belgische klant A | € 1.000 + € 250 | € 1.250 |
| Duitse klant B | € 700 | € 700 |
| Totaal | € 1.250 + € 700 | € 1.950 |
Je vermeldt dus per afnemer het btw-id en het totaal van diens diensten in dat tijdvak, niet één bedrag voor heel België of Duitsland. De namen A en B zijn alleen labels voor dit eigen rekenvoorbeeld; in je echte opgaaf gebruik je de gecontroleerde klantnummers.
Stel dat de adviesopdracht op 30 september is geleverd, op 2 oktober is gefactureerd en op 15 oktober wordt betaald. Voor deze gewone intracommunautaire dienst blijft de leveringsperiode het derde kwartaal. De twee latere datums veranderen dat niet. Voor wat er op de Belgische factuur staat, lees je factureren aan een Belgisch bedrijf.
Hoe sluit de ICP aan op rubriek 3b van je btw-aangifte?
Vergelijk totalen over dezelfde periode. In het voorbeeld komt € 1.950 aan kwalificerende diensten in rubriek 3b van de btw-aangifte en in de klantenspecificatie van de ICP. Doe je ICP per maand en btw-aangifte per kwartaal, vergelijk dan de drie maandopgaven samen met dat kwartaal, niet één maand met het hele kwartaal.
Een verschil los je niet op door het totaal handmatig passend te maken. Zoek naar een ontbrekende klant, een dubbele boeking, een verkeerde leveringsperiode of een transactie die geen intracommunautaire dienst is. Noteer welke boeking je hebt aangepast en waarom. Daarmee kun je de aansluiting later opnieuw maken.
Let op de naam van het formulier: 3b in de btw-aangifte is niet hetzelfde als een gelijk genummerde vraag in de ICP. Houd verkoopdiensten bovendien apart van diensten die je zelf hebt ingekocht.
Waar dien je de opgaaf in en wat is de deadline?
Het formulier ‘Opgaaf ICP’ staat in Mijn Belastingdienst Zakelijk. Indienen kan ook met geschikte administratiesoftware of via een fiscaal dienstverlener. Kies het gecontroleerde tijdvak, vul de klantgegevens en bedragen in en controleer het overzicht vóór verzending. Kijk na verzending of je een ontvangstbevestiging hebt; een opgeslagen concept is niet genoeg.
Voor ondernemers in Nederland moet de opgaaf binnen één maand na afloop van het gekozen tijdvak binnen zijn. Voor het derde kwartaal van 2026 is dat uiterlijk 31 oktober 2026; voor september als maandtijdvak eveneens 31 oktober. Plan je eigen controle eerder, zodat je nog tijd hebt voor ontbrekende gegevens.
Laat je boekhouder indienen, spreek dan af wie de aansluiting controleert en wie het verzendbewijs opslaat. Als software een ICP-overzicht maakt, controleer dan of het alleen een rapport is of ook daadwerkelijk is ingestuurd.
Wat doe je bij een fout in een eerdere opgaaf?
De Belastingdienst beschrijft herstel van eerdere ICP-opgaven in rubriek 2 van een volgende opgaaf. Daarbij vermeld je onder meer het oorspronkelijke tijdvak, het betrokken btw-id en het correctiebedrag met plus- of minteken. Volg de actuele toelichting voor de precieze situatie.
Een fout herstellen is niet hetzelfde als later een creditnota maken wegens prijsvermindering of annulering: die creditnota verwerkt de toelichting in rubriek 3. Controleer ook of de btw-aangifte geraakt wordt. Een ICP-correctie corrigeert die aangifte niet automatisch. Laat ontbrekende oude opgaven of ingewikkelde correcties afzonderlijk beoordelen.
Checklist vóór je de ICP definitief verstuurt
- Controleer dat je lijst alleen prestaties bevat die in deze opgaaf thuishoren.
- Leg vast wanneer iedere dienst is geleverd, los van factuur en betaling.
- Controleer de buitenlandse btw-id's en bewaar de resultaten.
- Tel de diensten per klantnummer en tijdvak op; voorkom dubbele regels.
- Vergelijk de ICP met rubriek 3b over dezelfde periode.
- Controleer eerdere fouten en creditnota's als afzonderlijke soorten mutaties.
- Verzend vóór de uiterste datum en controleer het ontvangstbewijs.
- Bewaar berekening, opgaaf, aansluiting en bevestiging samen.
Loop bijvoorbeeld één klant van opdracht tot ontvangstbevestiging na. Kun je de dienst, het klantnummer, het bedrag en het tijdvak terugvinden? Dan zie je sneller of je overzicht controleerbaar is, in plaats van alleen rekenkundig te kloppen.
Veelgestelde vragen over ICP bij diensten
Moet ik ook ICP doen als mijn EU-klant nog niet heeft betaald?
Voor een gewone intracommunautaire dienst kijk je naar het tijdvak waarin je de dienst hebt geleverd. Wacht dus niet tot de klant betaalt om die dienst op te geven.
Moet ik een lege opgaaf ICP insturen?
Als je in het tijdvak geen prestaties hebt verricht die je in de ICP moet opnemen, hoef je geen opgaaf ICP te doen. Dat staat los van een eventuele verplichting om btw-aangifte te doen.
Mag ik diensten per kwartaal opgeven als ik veel omzet heb?
Ja, voor diensten kun je een maand- of kwartaalopgaaf kiezen. De omzetdrempel voor goederen geldt niet voor diensten. Voor een jaaropgaaf heb je wel toestemming nodig.
Vervangt mijn btw-aangifte de opgaaf ICP?
Nee. De btw-aangifte bevat het totaal in rubriek 3b; de ICP specificeert de prestaties per afnemer. Controleer beide verzendbewijzen, ook als je boekhoudsoftware de cijfers voorbereidt.